Mijn kind wil zijn bril niet dragen: wat kan ik doen?
Mijn kind wil zijn bril niet dragen: wat kan ik doen?
De eerste schooldag komt dichterbij. Een nieuwe klas, nieuwe leerkrachten en misschien ook een nieuwe bril. Maar wat doe je wanneer je kind die bril liever in de boekentas stopt dan op de neus zet?
Veel kinderen hebben tijd nodig om aan een bril te wennen. Het montuur voelt nog vreemd aan, het zicht is anders of je kind is bang voor reacties van klasgenootjes. Gelukkig kun je als ouder veel doen om het dragen van de bril aangenamer en vanzelfsprekender te maken.
Waarom wil mijn kind zijn bril niet dragen?
Voor je je kind probeert te overtuigen, is het belangrijk om te achterhalen waarom de bril niet gedragen wordt. Vraag rustig wat er stoort.
Misschien zakt de bril af, knelt hij achter de oren of voelt de nieuwe sterkte nog vreemd aan. Sommige kinderen vergeten hun bril gewoon, terwijl andere kinderen onzeker zijn over hoe ze ermee uitzien. Zeker bij de start van een nieuw schooljaar kan die bezorgdheid wat groter zijn.
Een bril die niet goed past, zit niet alleen vervelend. Je kind kijkt mogelijk ook niet door het juiste deel van de glazen. Een correcte pasvorm is daarom een van de eerste zaken die je moet laten controleren wanneer je kind zijn bril regelmatig afzet.
5 tips om je kind te helpen zijn bril te dragen
1. Controleer of de bril comfortabel zit
Een kinderbril moet stevig blijven zitten zonder te knellen. Let erop of de bril:
- voortdurend van de neus glijdt;
- scheef op het gezicht staat;
- pijn doet achter de oren;
- drukplekken achterlaat;
- tegen de wangen of wimpers komt.
Een goede pasvorm is belangrijk voor het draagcomfort én om correct door de glazen te kijken. Kinderen groeien bovendien snel en hun bril krijgt tijdens het spelen heel wat te verduren. Een montuur dat bij aankoop perfect zat, kan na een tijdje opnieuw afgesteld moeten worden.
Probeer de bril niet zelf te plooien. Vaak maakt een kleine professionele aanpassing al een groot verschil. Zakt de bril af, staat hij scheef of knelt hij? Laat de kinderbril vóór de eerste schooldag controleren bij Optiekpunt in Roeselare.
2. Geef je kind tijd om te wennen
Met een eerste bril kan de wereld er plots anders uitzien. Alles lijkt scherper en ook het montuur op het gezicht is even wennen.
Sommige kinderen zijn snel vertrouwd met hun bril, terwijl andere kinderen meer tijd nodig hebben. Volg het draagadvies van de oogarts en probeer het dragen niet op eigen initiatief af te bouwen.
Maak er een vaste dagelijkse gewoonte van. Leg de bril iedere avond op dezelfde plaats en laat je kind hem ’s morgens meteen opzetten.
Een eenvoudige afspraak kan helpen: de bril staat op je neus of ligt veilig in de brillendoos.
Blijft het zicht vreemd aanvoelen of blijven er klachten bestaan? Laat dan eerst de pasvorm controleren en bespreek aanhoudende zichtklachten met de oogarts.
3. Moedig je kind positief aan
Probeer te vermijden dat het dragen van de bril iedere dag een discussie wordt. Dreigen of straffen kan de weerstand groter maken.
Benoem liever wat goed gaat:
- “Wat fijn dat je je bril zelf hebt opgezet.”
- “Je hebt hem de hele voormiddag gedragen. Goed gedaan!”
- “Die bril past echt mooi bij jou.”
Bij jonge kinderen kan een stickerkaart of kleine afgesproken beloning helpen om een nieuwe gewoonte op te bouwen. Ook familieleden die zelf een bril dragen, kunnen het goede voorbeeld geven. Positieve beloningen en steun van familie of leerkrachten worden eveneens aangeraden om kinderen aan hun bril te helpen wennen.
Leg in eenvoudige woorden uit waarom de bril helpt. Vertel bijvoorbeeld dat je kind dankzij de bril het bord, de letters in een boek of vriendjes op de speelplaats duidelijker kan zien.
4. Laat je kind meebeslissen
Een kind draagt een bril meestal liever wanneer het zelf betrokken was bij de keuze. Laat je kind binnen een geschikte selectie zelf een kleur en model kiezen. Als ouder let je samen met de opticien op de pasvorm, stevigheid en kwaliteit, maar je kind mag vooral ook aangeven welke bril het graag ziet. Zo voelt de bril meer als “mijn bril” en minder als iets dat verplicht werd opgelegd.
Bij Optiekpunt in Roeselare maken we van een kinderbril kiezen bewust een fijne ervaring. We zoeken samen naar een montuur dat goed zit, tegen een stootje kan en past bij de persoonlijkheid van je kind.
5. Betrek de leerkracht
Vertel de leerkracht dat je kind een nieuwe bril heeft en wanneer die gedragen moet worden. De leerkracht kan je kind er rustig aan herinneren en mee opvolgen hoe het dragen in de klas verloopt.
Vraag na enkele dagen bijvoorbeeld:
- Draagt mijn kind de bril tijdens het lezen en schrijven?
- Wordt de bril vaak afgezet?
- Blijft hij tijdens de speeltijd goed zitten?
-Zijn er reacties van andere kinderen?
Door thuis en op school dezelfde rustige aanpak te gebruiken, wordt de bril sneller een normaal onderdeel van de dag.
Maak hier jouw afspraakWanneer moet je kind eerst naar de oogarts?
Is je kind jonger dan 16 jaar? Dan ga je voor een oogonderzoek, een eerste bril of het bepalen van een nieuwe sterkte eerst naar de oogarts. Met het voorschrift van de oogarts helpen we je bij Optiekpunt verder met de juiste brillenglazen en een goed passend montuur.
Vanaf 16 jaar kan je kind bij Optiekpunt in Roeselare terecht voor een oogmeting. Hou er wel rekening mee dat jongeren tot hun 18e verjaardag een voorschrift van de oogarts nodig hebben om aanspraak te kunnen maken op de wettelijke RIZIV-tegemoetkoming voor kinderbrilglazen.
Blijft je kind ondanks een goed passende bril klagen over wazig zicht, hoofdpijn, duizeligheid of ander ongemak? Neem dan opnieuw contact op met de oogarts.
Gratis ravotbril voor kinderen tot 12 jaar
-
Veel speelplezier!
Bij aankoop van een nieuwe kinderbril krijgt elk kind tot 12 jaar een gratis ravotbril .
Maak hier jouw afspraak
Zo blijft de “mooie” bril netjes én heeft je kind altijd een reserve!